Heipaalkever

Heipaalkever (Nacerdes melanura (L.))

Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Oedemeridae (schijnboktorren)

Deze soort, die ook wel kersentor of kersenbijter wordt genoemd, komt in ons land algemeen voor. Ze lijkt wel iets op een boktor vanwege de lange voelsprieten, maar behoort tot een geheel andere familie.
Oorspronkelijk waarschijnlijk afkomstig uit de Grote Merenregio in Noord-Amerika, is ze nu wereldwijd verspreid over de gematigde streken.

Uiterlijk

De heipaalkever is 6 tot 12 millimeter lang, heeft lange antennen en is roodbruin van kleur. De uiteinden van de dekschilden zijn zwart. Ze kunnen vliegen.
De larven van deze keversoort worden 12-18 mm lang en zijn vaalwit van kleur.

Ontwikkeling en leefwijze

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult.
De larven leven in vochtig, meestal half vergaan hout van loof- en naaldbomen, dat tevens al is aangetast door schimmels. Het mag echter niet zo rot zijn dat het hout al uit elkaar valt. De heipaalkever kan zich goed ontwikkelen in houtwerk onder de grond en tast bijvoorbeeld de koppen van houten heipalen aan. Vooral palen die half in het water staan, kunnen geheel worden doorgevreten.
De uitvliegopeningen zijn onregelmatig, ovaal of rond van vorm, met een maximale uitvliegopening van 6 mm.

De kevers, die vrij dikwijls worden aangetroffen in huizen en gebouwen in waterrijke gebieden, komen van april tot augustus (massaal) tevoorschijn en zetten eitjes af op hiervoor geschikt hout. Meestal moet de broedplaats onder het gebouw worden gezocht, mogelijk in de heipalen of in bekistingshout, dat na het storen van beton niet is verwijderd. Ook houtwerk binnenshuis kan worden aangetast, echter alleen wanneer de atmosfeer zeer vochtig is. In bepaalde gevallen kan deze keversoort ook in houten woonboten voorkomen.

De volwassen heipaalkever is een bloembezoeker die zich voedt met stuifmeel. Het zijn enkel de larven die schade aan  hout aanrichten.

Preventie en bestrijding

Een onderzoek naar de ontwikkelingsplaats is gewenst, om waar mogelijk de bron (het aangetaste hout) te verwijderen en vervangen. Het nieuw aan te brengen hout moet geïmpregneerd zijn.
Bij een aantasting binnenshuis moet vooral de relatieve luchtvochtigheid omlaag. Dit kan worden bereikt door vertrekken droog te stoken of te luchten bij droog, zonnig weer. Daarnaast helpt het om de ventilatie in dergelijke vertrekken te verbeteren.

Een chemische bestrijding is meestal niet of moeilijk uitvoerbaar.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.